Column in de Volkskrant gepubliceerd op 28 maart 2020.

Na een bevallingscursus van 12 uur vatte de verloskundige haar belangrijkste advies bondig samen: ‘Ga ervan uit dat alles anders loopt.’ Ik besloot precies dat te doen. Een thuisbevalling is mijn plan, maar ligt de baby verkeerd? Duurt het te lang? Schreeuw ik om een ruggeprik? Prima, dan naar het ziekenhuis. Ik zou uitblinken in aanpassingsvermogen, nam ik mij voor. Maar dat was begin februari, toen de wereld er nog heel anders uitzag.

Nu zit ik hoogzwanger thuis op de bank, waartoe ik niet alleen door fysiek ongemak ben veroordeeld, maar ook door de regering. Ik zou graag zorgeloos willen genieten van deze periode, maar dat lukt me niet. Een zwangerschap is geen ziekte, maar je bent wel per definitie kwetsbaar en elke fase is omgeven door onzekerheden. Ben je opgelucht dat je de eerste twaalf weken, de Nipt-test en de 20-wekenecho hebt overleefd, valt er een pandemie op je dak. Een situatie die zo ongrijpbaar is dat ze maar moeilijk te negeren valt. Intussen probeer ik keihard te ontspannen op m’n yogamat, want als een aanstaande moeder gespannen of bang is, vertraagt dat de bevalling, heeft de verloskundige uitgelegd.

In Duitsland, waar ik woon, is de onrust onder zwangeren groot. Ze zijn niet zozeer bang om ernstig ziek te worden – vrouwen en pasgeborenen lijken tot nu toe geen risicogroep – maar vrezen voor chaos in ziekenhuizen en overwerkte artsen en verloskundigen aan hun bedzijde. Er zijn geen aanwijzingen dat de bevallingszorg op dit moment zo onder druk staat, maar de angst dat vrouwen alleen moeten bevallen, is reëler. Een paar Duitse ziekenhuizen hebben nu niet alleen een bezoekverbod, maar laten ook geen partners – hoestend of niet – toe in de verloskamers.

Waar in Nederland 86 procent van de bevallingen plaatsvindt in een ziekenhuis, is dat in Duitsland maar liefst 98,5 procent. Tot voor kort werd ik met mijn geplande thuisbevalling dan ook fronsend aangekeken: ik zou spelen met mijn leven en dat van mijn kind. Maar nu voor meer en meer zwangeren ‘ziekenhuis’ niet meer synoniem staat voor rust en veiligheid, is mij al geregeld om het telefoonnummer van mijn verloskundige gevraagd.

Een effect van de coronacrisis is dat de vanzelfsprekende medicalisering van zwangerschap en bevalling tegen het licht wordt gehouden. Dit merkt ook verloskundige Tineke van Schuppen, vertegenwoordiger in het ‘coronacrisisteam’ van Amsterdamse verloskundigen. ‘Het is te vroeg voor cijfers, maar ik zie een groeiend bewustzijn onder vrouwen die eerst geen thuisbevalling overwogen, maar zich nu ineens afvragen waarom ze als gezond persoon naar het ziekenhuis zouden gaan.’

Uniek aan Nederland is dat vrouwen zonder medische indicatie altijd kunnen kiezen tussen een thuisbevalling en een poliklinische bevalling in het ziekenhuis. Duitse vrouwen kunnen veel minder makkelijk schakelen. ‘Hausgeburtshebamme’ – een verloskundige die gespecialiseerd is in thuisbevallingen – is een uitstervend beroep. Dit komt niet alleen door de slechte reputatie van thuisbevallingen, maar ook door de hoge aansprakelijkheidsverzekering die deze categorie verloskundigen moet betalen. Zelf moet ik ook 900 euro neerleggen. Een ziekenhuisbevalling is volledig vergoed.

Ook ik zag een ziekenhuis voorheen als het summum van zekerheid, mijn eerste kind is daar geboren. Nu ga ik nagelbijtend wat-als-ik-naar-het-ziekenhuis-moet-scenario’s af in mijn hoofd. Maar dwaal ik te ver af, dan dwing ik mezelf te denken aan de omstandigheden waarin de oma van mijn vriend moest bevallen. Tonnetjerond vluchtte zij voor de Japanse bezetters in Indonesië met twee kleine kinderen het oerwoud van Borneo in, om daar in een katholieke missiepost die werd omringd door Dajaks van een dochter te bevallen. Dat haar man daar niet bij kon zijn, was maar een kleine zorg.