‘Meneer Buwalda. Wilt u van mijn voet af gaan?’ Ogen met fronsende wenkbrauwen kijken mij aan. Ik ben duidelijk een stoorzender in een gesprek. Het is druk in de foyer van de Stadsschouwburg. En dronken mensen hebben altijd veel ruimte nodig. Na de tweede teentrap van Bonita Avenue was de maat vol. Ik moest er wat van zeggen, het maakt mij niet uit hoeveel verkochte debuutromans hij op zijn naam heeft staan. Peter haalt zijn neus op, geeft mij nog per ongeluk een schouderduw na en hervat het gesprek.

Het boekenweekthema van dit jaar is: vrienden en andere ongemakken. De avond is nog jong, maar het eerste ongemak is al binnen. En dat terwijl ik als journalist in spe juist vrienden wilde maken.

Op Arnon Grunberg en A. F. Th. van der Heijden na, loopt tout boekschrijvend Nederland rond op het feest. Door de continue mensenstroom tussen de verschillende foyers en zalen van de Stadsschouwburg heeft het boekenbal iets weg van een schoolfeest. De gangen en trappen staan vol met mensen die op een collectieve zoektocht zijn naar de beste plek om te dansen. Een oude dame struikelt bijna over de muntjestafel. ‘Ik ben verdwaald’, roept ze wanhopig. Jan Mulder knielt neer op de trap bij een vrouw in een pompeuze baljurk. Ze trekt haar hakken uit en zucht: ‘Genoeg. Ik loop niet meer’. Kluun komt langs met zijn blonde introducee. Hij heeft zijn gezicht in haar decolleté begraven. ‘Kom, laten we ook even in de grote zaal gaan kijken.

Ik leer snel dat dit schoolfeest voor gevorderden een vertrouwde plek is waar ietwat verstofte schrijvers los kunnen gaan. Ze zijn ontspannen, ze dansen en zuipen. Het zijn net mensen. Pauline Cornelisse blijkt een grote fan van de dansvloer te zijn. Haar kledingkeuze gaat over de tong. Ze heeft een spijkerbroek aan met een vaal T-shirt erop. ‘Afschuwelijk!’, zegt de vrouw van literatuurhistoricus Piet Calis wijzend naar de dansvloer. Ze is naast mij komen zitten op de pluche, rode stoelen in de grote zaal. ‘Dat trek je toch niet aan op een bal?’ Ik kan het alleen maar beamen, maar Paulien maakt mij wel nieuwsgierig. Had ze niets meer in de kast liggen? Wil ze een statement maken? Had ze zich in de datum vergist en is ze na een zenuwachtig telefoontje van haar uitgever alsnog halsoverkop naar het Leidseplein gefietst? Vanaf de voorste rij in de zaal aanschouw ik haar dansbewegingen. Ik wend mijn blik af. Oei Paulien, dansen is zeg maar echt niet jouw ding.

Naar verwachting zijn alle schrijvers een uur voor het einde dronken en handtastelijk. Volkskrant-columnist, boekenschrijver en universitair docent Wim de Jong laat een hand van de heupen van zijn date naar haar billen glijden en knijpt er even in. Het is zo’n tijdstip waarop iedereen elkaar ineens heel aardig vindt.

Wat een liefde allemaal, maar intussen heb ik zelf nog steeds geen nieuwe vrienden. Het licht gaat aan, stipt om drie uur. Een echt schoolfeest dus. Is dit nu het wilde boekenbal? Ik maak aanstalten om het podium af te lopen. ‘Het feest is alleen mythisch omdat het oud is’, zegt iemand. ‘Ik draai mij om en zie Ramsey Nasr staan met een Vlaamse schone aan zijn zijde. ‘Niet omdat er mythische dingen gebeuren. Gewoon een leuk feestje. Meer niet’, gaat hij verder en glimlacht. Vijf minuten later delen we facebook gegevens uit. Zo maak ik op de valreep toch nog een vriend, een digitale vriend, maar ik tel hem mee.